Als NVKT lid kunt u hieronder inloggen in het NVKT ledendeel. Gebruik als gebruikersnaam 'NVKT'.

Aanmelden voor bestaande gebruikers
   

Non-concurrentie verplichting voor de textielagent

 

Auteur: Paul Holtrop

Een agentuurovereenkomst is een duurovereenkomst die bij wet geregeld is in artikel 7:428 Burgerlijk Wetboek (BW) en volgende. De  handelsagent verbindt zich voor bepaalde of onbepaalde tijd en veelal tegen commissie om bij de totstandkoming van overeenkomsten te bemiddelen. De handelsagent mag niet ondergeschikt zijn aan de principaal en de samenwerking moet leiden tot permanente bemiddeling. De handelsagent en principaal werken nauw met elkaar samen. Doorgaans zal de agent werkzaam zijn in een bepaalde markt en in een bepaald gebied. Het doel van de samenwerking is onder meer dat de agent aan de opbouw van een klantenkring werkt voor zijn principaal. De handelsagent werkt echter vaak ook voor andere principalen, binnen hetzelfde segment en in dezelfde regio. Dit kan tot scheve ogen leiden bij de principaal. De handelsagent kan daardoor immers concurrerend handelen. Moet de principaal dit accepteren of kan hij zich hiertegen verzetten?

Wettelijk kader en Richtlijn

De Nederlandse Agentenwet is gebaseerd op een Europese Richtlijn uit 1986 (de Richtlijn). Deze Richtlijn is geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Hoe een agent zich moet gedragen, wordt maar beperkt omschreven in de Richtlijn. De agent dient zich naar behoren te wijden aan de onderhandelingen over te sluiten transacties, en zijn principaal alle nodige inlichtingen te verschaffen en redelijke instructies van zijn principaal op te volgen, maar de Richtlijn zegt niets over concurrerend handelen ten tijde van de relatie. De Richtlijn zegt in artikel 3 wel dat de handelsagent in de uitoefening van zijn bezigheden dient te waken over de belangen van de principaal en loyaal en te goeder trouw dient te handelen. Moeten we hier ook non-concurrentie in lezen? De tekst van dit artikel 3 van de Richtlijn of het onderwerp concurrentie is in ieder geval niet opgenomen in de Nederlandse wet op de agentuurovereenkomst.

Wel wordt het onderwerp non-concurrentiebeding in de Richtlijn genoemd, maar dan alleen voor zover het een periode betreft na het einde van de agentuurovereenkomst. Dit punt over concurrerend handelen na het einde van de agentuurrelatie is wel opgenomen in de Nederlandse wet, namelijk in artikel 7:443 BW.

Hoe gaan de handelsagent en principaal dan met concurrentie om tijdens de samenwerking? In de praktijk spreken de handelsagent en principaal in een schriftelijk contract af dat de agent ten tijde van de samenwerking niet concurrerend mag handelen, althans niet mag bemiddelen bij concurrerende producten. Probleem opgelost zou je zeggen.

De werkelijkheid blijkt complexer, want een agent en principaal werken samen in de ‘handel’ en in deze branche werken partijen vaak zonder een schriftelijk contract! Zij werken samen op basis van vertrouwen en we spreken wel van een “gentlemen’s agreement”. De belangrijkste punten van de samenwerking worden mondeling afgesproken. Betekent het niet hebben van een schriftelijk contract dat de handelsagent dan vrij is om voor een concurrent te werken? Of kan de principaal verwijzen naar artikel 3 van de Europese Richtlijn? De handelsagent dient loyaal te zijn en te goeder trouw te handelen. Handelt de handelsagent niet loyaal wanneer hij concurrerend handelt?

Zorgplicht, handelsagent

Uit de Richtlijn en uit oude wetgeving, blijkt dat de handelsagent een zorgplicht heeft. De zorgplicht van de handelsagent bestond al voor de Richtlijn uit 1986. In artikel 74a Wetboek van Koophandel (WvK) stonden verplichtingen van de handelsagent centraal. Daarin stond bijvoorbeeld dat de handelsagent de belangen van de principaal moest behartigen met de vereiste zorgvuldigheid en de handelsagent diende ook de redelijke aanwijzingen van de principaal in acht te nemen. In een uitspraak uit 1994 overwoog de rechtbank dat de zorgvuldigheid als bedoeld in art. 74a WvK (oud) kan meebrengen dat de agent tijdens de duur van de agentuurovereenkomst niet in concurrentie treedt met zijn principaal, bijvoorbeeld door het aanvaarden van concurrerende agenturen. Het aanvaarden van dergelijke concurrerende agenturen kan in een concreet geval onder omstandigheden een dringende reden voor onmiddellijke beëindiging van de agentuurovereenkomst zijn.

Het WvK is komen te vervallen, maar voornoemde bepaling is ten dele verplaatst naar het BW en is opgenomen in boek 7 titel 7 van het BW, de overeenkomst van opdracht. Ten dele, omdat het oude artikel niet letterlijk is overgenomen. Artikel 7:400-413 BW beschrijft de rechten en verplichtingen van opdrachtgever en opdrachtnemer. Artikel 7:401 BW bepaalt bijvoorbeeld dat de opdrachtnemer bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moet nemen. Lastgeving, beschreven in artikelen 7:417 en 7:418 BW, is evenals de agentuurovereenkomst een bijzondere vorm van opdracht. Lastgeving benoemt zaken als het dienen van twee heren en tegenstrijdig belang, hetgeen ook voorbeelden zijn van zorgvuldig en loyaal handelen. Een principaal kan de handelsagent dus erop wijzen zich te houden aan artikel 7:401 BW.

Redelijkheid en billijkheid

Naast expliciete contractuele afspraken speelt in het Nederlandse recht ook het algemene beginsel van ‘redelijkheid en billijkheid’ een rol. Dit beginsel wordt beschreven in artikel 6:248 BW. In dit artikel wordt beschreven dat een overeenkomst niet enkel bestaat uit de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen. Overeenkomsten kunnen ook rechtsgevolgen bevatten die worden ontleend uit ‘de aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid’.

Dit betekent met zoveel woorden dat ook zonder een overeengekomen non-concurrentiebeding ten tijde van de samenwerking de handelsagent gehouden kan zijn zich naar ‘redelijkheid en billijkheid’ te gedragen jegens zijn principaal. Indien de handelsagent ook bemiddelt bij de verkoop van – met de producten van zijn principaal – concurrerende producten, is dit in strijd met de vereisten van de ‘redelijkheid en billijkheid’ en is dit handelen in strijd met de zorgplicht van de handelsagent. De handelsagent behartigt dan de belangen van de principaal niet goed.

Vorm agentuurovereenkomst

Een agentuurovereenkomst is in beginsel vormvrij. Een overeenkomst kan mondeling, maar ook schriftelijk, zijn aangegaan. Dit betekent dat zelfs zonder schriftelijk contract met een non-concurrentie bepaling voor de duur van de samenwerking de handelsagent gehouden is aan zijn zorgplicht ten opzichte van zijn principaal.

Exclusiviteit

Is de vraag hiermee beantwoord? Niet helemaal. Handelsgenten werken vaak samen op grond van exclusiviteit. De handelsagent werkt als enige voor zijn principaal in een gebied. De orders uit zijn regio worden of via de handelsagent of rechtstreeks bij de principaal geplaatst, maar ook in die situatie ontvangt de handelsagent zijn vergoeding. Maar wat als de handelsagent niet als exclusief van de handelsagent is aangesteld? De principaal mag dan ook zelf actief zijn in de regio en hij kan zelf zijn producten verkopen. Hierover is hij de agent geen commissie verschuldigd. Geldt voor een niet exclusieve handelsagent ook een loyaliteitsverplichting en zorgplicht? Je zou zeggen van niet, tenzij anders is overeengekomen. Om misverstanden te voorkomen, adviseren we de handelsagent en principaal om in dit soort gevallen altijd schriftelijk vast te leggen hoe de samenwerking eruit moet zien, maar speelt de status van exclusiviteit een rol?

Positie in Europa

Om deze vraag te beantwoorden, dienen we naar de Europese regelgeving te kijken. In de praktijk wordt een handelsagent die voor een buitenlandse leverancier werkt vaak geconfronteerd met een contract waarop het recht van een andere EU-lidstaat van toepassing is. Is het onderwerp non-concurrentie daar mogelijk anders geregeld? Het antwoord daarop is: ‘ja’. In sommige landen zoals Duitsland en Italië is bij wet geregeld dat de handelsagent zich dient te onthouden van concurrentie en in landen als Frankrijk en Oostenrijk geldt dat de handelsagent zich zorgvuldig dient te gedragen en loyaal dient te zijn. Deze landen volgen ook de Richtlijn. Voor al deze landen geldt bovendien dat de handelsagent gebonden is aan non-concurrentie, ten tijde van de samenwerking, ongeacht de aanstelling van exclusiviteit of non-exclusiviteit. Mede gelet op de positie van de agent in het buitenland zal de Nederlandse rechter vermoedelijk eenzelfde lijn volgen. De agent, wel of niet exclusief aangesteld, dient zich zorgvuldig te gedragen en zich te onthouden van concurrerende activiteiten.

Conclusie

In de praktijk wordt een agentuurovereenkomst vaak schriftelijk vastgelegd, zo ook een bepaling waarin is opgenomen dat de agent tijdens de duur van de samenwerking niet concurrerend handelt. In het geval dat een schriftelijke overeenkomst ontbreekt, zijn partijen aangewezen op de wet en jurisprudentie.

De Richtlijn benadrukt dat de handelsagent zich loyaal en te goeder trouw dient te gedragen. Het Nederlandse agentuurrecht gaat stilzwijgend ervan uit dat de handelsagent zich overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid dient te gedragen jegens zijn principaal. De handelsagent dient tevens een bepaalde zorgvuldigheid te betrachten in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Dit volgt uit de wettelijke bepalingen van de overeenkomst van opdracht. Door deze normen opgenomen in de Richtlijn en in de Nederlandse wet kan impliciet een concurrentieverbod voor de handelsagent worden gelezen.

In het geval van een niet-exclusieve agentuurovereenkomst dient de agent, mede gezien de Europese toepassing van de Richtlijn, zich ook te onthouden van concurrerende activiteiten. Ter voorkoming van geschillen blijft het advies om afspraken contractueel vast te leggen.

Heeft u vragen over concurrentie tijdens de agentuurovereenkomst of over uw samenwerking, neem dan contact op met de NVKT via info@nvkt.nl of direct met  juridisch adviseur van de NVKT, Paul Holtrop, p.holtrop@vantill.nl of bel +31 (0)20 470 01 77.