Juridische grenzen van selectieve distributie
Auteur: Paul Holtrop
Verkopen via internet neemt een enorme vlucht. Steeds vaker zien we dat producenten en leveranciers in de distributieovereenkomst laten vastleggen dat distributeurs de producten alleen via vooraf geselecteerde kanalen mogen verkopen. Dit noemen we selectieve distributie. De leverancier doet dit om de kwaliteit van zijn product en merkimago veilig te stellen. Het opleggen van selectieve distributie is onder voorwaarden toegestaan, maar je moet als producent of leverancier altijd rekening houden met het kartelverbod. Juist dat punt zorgt er nogal eens voor dat de leverancier en de distributeur in de rechtbank lijnrecht tegenover elkaar staan.
Selectieve distributie
Selectieve distributie wordt vooral veel toegepast door producenten van luxemerken. Denk aan producten als horloges, kleding en cosmetica. Hierbij kan de producent eisen stellen aan de distributeurs die de producten willen verkopen. Belangrijk voor de producent is de reputatie van het product en het imago.
De eisen moeten voor alle distributeurs uniform en objectief zijn. Men kan denken aan eisen die de producent stelt aan het overige assortiment dat de distributeur verkoopt, bijvoorbeeld dat de overige producten complementair en niet concurrerend zijn. Maar ook eisen met betrekking tot de kwaliteit van het pand, de locatie van de winkel en de kwaliteit van het personeel kunnen een rol spelen.
Luxemerken stellen deze eisen omdat ze zich ervan willen verzekeren dat de verkopers van hun producten aan bepaalde standaarden voldoen. Dat verklaart waarom men voor de duurste producten in Nederland bijvoorbeeld naar de Amsterdamse P.C. Hooftstraat moet.
Het kartelverbod
Een selectief distributiestelsel moet voldoen aan het Europese en Nederlandse mededingingsrecht. Artikel 6 van de Nederlandse Mededingingswet en artikel 101 VWEU verbieden overeenkomsten tussen ondernemingen die de mededinging verhinderen, beperken of vervalsen. Een selectief distributiestelsel kan onder dit verbod vallen, tenzij aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
Volgens vaste rechtspraak (de zogenoemde Metro-criteria) is selectieve distributie in principe toegestaan, mits:
- Een systeem van selectieve distributie noodzakelijk is vanwege de eigenschappen van de betrokken producten;
- De keuze van distributeurs plaatsvindt op grond van objectieve criteria die uniform zijn vastgesteld en zonder discriminatie worden toegepast voor alle potentiële wederverkopers;
- De vastgestelde criteria niet verder gaan dan noodzakelijk voor bescherming van de kwaliteit of het goed gebruik van het product.
Selectieve distributie en webshops
Maar hoe zit het dan met webshops? De eigen webshop van de distributeur voldoet doorgaans wel aan de eisen, maar hoe zit dat met online platforms zoals Amazon of Bol.com? Distributeurs die hun producten alleen verkopen via online platforms hebben vaak geen fysieke locatie en kunnen daarom niet aan de distributie-eis van de fysieke locatie voldoen. Kan de producent in zo’n geval de verkoop van zijn producten via een online platform tegenhouden?
Het Coty-arrest
Hierover velde het Hof van Justitie van de Europese Unie in 2017 een baanbrekend oordeel in het Coty-arrest. In deze zaak stond een luxeproducent van parfum tegenover een van zijn distributeurs. In de distributieovereenkomst was vastgelegd dat de distributeur voor de verkoop van de producten via internet geen gebruik zou maken van een derde, niet-erkende onderneming. De distributeur was het daar niet mee eens en sleepte de luxeproducent voor de Duitse rechter, die vervolgens een prejudiciële vraag stelde aan het Europese Hof.
De vraag die centraal stond, was of deze controversiële bepaling in strijd is met het Europese kartelverbod.
Het Hof oordeelde dat een selectieve-distributieovereenkomst die de keuze van webshops in deze zin beperkt, voldoet aan de Metro-criteria. In het geval van Coty vond het Hof dat een luxeproduct voor een bepaalde kwaliteit staat. Daarom is voldaan aan de eerste voorwaarde. Vervolgens was het Hof ook positief over de twee overige voorwaarden. De rechter stelde de producent dus in zijn gelijk.
Het Coty-arrest is bekend geworden als een baanbrekende uitspraak die duidelijkheid schept over distributieovereenkomsten tussen verticale partijen.
Wat betekent deze uitspraak voor luxeproducenten en distributeurs?
Uit de uitspraak in dit arrest blijkt dat een luxeproducent zijn distributeurs mag verbieden om producten via webshops van derde-partijen te verkopen. Uiteraard behelst dit geen volledig verbod op verkoop via webshops, wat wél in strijd zou zijn met de Europese wetgeving.
In de webshop van bijvoorbeeld de Bijenkorf zijn voldoende luxeproducten te vinden. Maar in de webshops van derde-partijen zoals Amazon zullen verhoudingsgewijs een stuk minder luxeproducten te vinden zijn. Naast luxeproducten worden namelijk nog veel meer andere soorten producten verkocht. Wanneer op een online-marktplaats bijvoorbeeld zowel schoenen als babyartikelen worden verkocht, vreest de producent van het luxemerk voor afbreuk en imagoschade. Is zijn product dan nog wel zo exclusief?
Selectieve distributie voor niet-luxeproducten
Een belangrijke vraag is of de principes uit het Coty-arrest ook gelden voor niet-luxeproducten. In het arrest inzake Action Sport/Nike uit 2020 oordeelde het gerechtshof Amsterdam dat een internetplatformrestrictie ook voor niet-luxeproducten kan worden toegestaan, mits aan de voorwaarden van de Groepsvrijstelling wordt voldaan. Het hof overwoog dat Action Sport niet noodzakelijkerwijs via Amazon moest verkopen en ook gebruik kon maken van webshops die wél toegestaan waren volgens de distributieovereenkomst, zoals Zalando. Volgens het hof was de distributieovereenkomst daarom geldig en in overeenstemming met het Coty-arrest.
Ook in de zaak Trek-fietsen oordeelde de rechtbank Amsterdam dat een selectief distributiestelsel met kwaliteitseisen zoals assemblageplicht en persoonlijke aflevering niet in strijd is met het mededingingsrecht, mits deze eisen objectief en uniform worden toegepast.
Recente ontwikkelingen: het HP-arrest
In een recente uitspraak uit december 2024 in de zaak 123inkt/HP oordeelde de rechtbank Amsterdam dat het selectieve distributiestelsel van HP voor printers en cartridges niet voldeed aan de Metro-criteria en daarom in strijd was met artikel 6 vanc de Mededingingswet en artikel 101 VWEU. De rechtbank concludeerde dat HP’s marktaandeel waarschijnlijk boven de 30% lag, waardoor de Groepsvrijstelling niet van toepassing was.
Deze uitspraak laat zien dat selectieve distributiestelsels kritisch worden getoetst, vooral wanneer de producent een groot marktaandeel heeft.
Selectieve distributie en de toename van online verkoop
Het aantal mensen dat regelmatig producten online koopt, neemt al jaren toe. Nu tijden veranderen en verkoop vermoedelijk minder in fysieke vorm zal plaatsvinden, moet het Coty-arrest in een hedendaags daglicht worden gesteld. Zijn de beperkende distributieovereenkomsten nog wel van deze tijd?
De toenemende online verkoop zou kunnen leiden tot een situatie waarbij producenten door de rechter gevorderd worden om hun distributieovereenkomsten te matigen. Daartegenover staan de belangen van de producent, ongeacht of het een luxeartikel is. Een marktplaatsverbod kan de positie van de producent nu eenmaal versterken.
Daar komt bij dat van een algeheel verbod op online verkoop in dit soort distributieovereenkomsten geen sprake is. Luxeproducenten kunnen hun producten dus nog steeds kwijt bij selectieve distributeurs die aan de voorwaarden van de distributieovereenkomst voldoen en vaak een eigen (luxe) webshop hebben.
Fysieke luxewinkels weer populair
Tegelijkertijd zal de P.C. Hooftstraat of de juwelier die alleen topmerken verkoopt niet zo snel uit het straatbeeld verdwijnen. Ten slotte lijkt de consument haar weg naar de luxewinkels ook weer gevonden te hebben.
Vragen over distributieovereenkomsten? Denkt u erover om als distributeur te gaan werken en hebt u vragen over uw distributieovereenkomst en de beperkingen die daarin zijn opgenomen? Neem contact op met info@nvkt.nl of rechtstreeks met onze juridische specialist Paul Holtrop.